Op welke banen landen vliegtuigen op Schiphol?

Schiphol beschikt over vijf lange start- en landingsbanen en één kortere en is een knooppunt van een wereldwijd netwerk van verbindingen. De lange start- en landingsbanen zijn:

  • de Kaagbaan (06-24)
  • de Zwanenburgbaan (18C-36C) 
  • de Buitenvelderbaan (09-27)
  • de Aalsmeerbaan (18L-36R) 
  • de Polderbaan (18R-36L) 

 

Daarnaast is er nog de Schiphol-Oostbaan (04-22). Deze korte baan wordt relatief minder gebruikt. Overdag worden de banen in principe zowel voor starts als voor landingen gebruikt. Behalve de Aalsmeerbaan en de Polderbaan, mogen de banen in beide richtingen worden gebruikt. De Aalsmeerbaan mag alleen voor landingen vanuit het zuiden en starts naar het zuiden worden gebruikt. De Polderbaan mag alleen ingezet worden voor landingen uit het noorden of starts naar het noorden. Het aantal gebruiksmogelijkheden is per baan en per gebruiksrichting beperkt. Bij de afhandeling van het luchtverkeer staat de veiligheid voorop. Dat geldt ook voor het gebruik van de start- en landingsbanen. Of een baan kan worden aangeboden voor starten of landen hangt af van de wind, het zicht, de conditie van de baan, de stroefheid. Ook de beschikbaarheid en de nauwkeurigheid van het Instrument Landing System (ILS) - waarmee ook bij slecht zicht landingen kunnen worden uitgevoerd - en de verlichtingsapparatuur kunnen bepalend zijn of een baan al dan niet kan worden aangeboden. Welke van de banen die beschikbaar zijn, worden ingezet, wordt bepaald aan de hand van het geluidspreferentieel baangebruiksysteem (GPBS). Dit bepaalt die banen en combinaties die uit oogpunt van veiligheid de eerste voorkeur verdienen en daarbij de minste geluidhinder veroorzaken.