Winterse omstandigheden

Winterse omstandigheden vragen van alle partijen in de luchtvaart extra activiteiten om het verkeer veilig te laten starten en landen.

De capaciteit wordt door de luchtverkeersleiding aangepast aan de beschikbaarheid én conditie (onder andere mate van gladheid) van start- en landingsbanen, taxibanen en opstelplaatsen en/of de de-icing capaciteit.

De luchthaven zorgt voor het schoonmaken/-houden van de infrastructuur. Afhankelijk van de mate van winterse omstandigheden kan meer of minder infrastructuur beschikbaar worden gehouden/gemaakt. De veeg-/ruimplannen worden in overleg met de verkeersleiding gemaakt en afgestemd met de luchtvaartmaatschappijen. De hoeveelheid beschikbare start- en landingsbanen, taxibanen en opstelplaatsen voor vliegtuigen, is een kritische factor bij het bepalen van de capaciteit van de luchthaven.

Bij winterse neerslag of temperaturen onder het nulpunt moeten vliegtuigen voor vertrek worden ontdaan van deze neerslag of preventief worden behandeld voor eventueel bevriezen van bewegende delen. Dit heet de-icing. Afhankelijk van de aard van de neerslag of de temperatuur wordt een lichtere of een zwaardere methode van de-icing gebruikt. De methode van de-icen bepaalt de maximale hoeveelheid vertrekkende vliegtuigen.

Onder winterse omstandigheden is het van belang gebleken dat de landingscapaciteit van de luchthaven in balans is met de startcapaciteit. Dit om een overvloed van vliegtuigen op de luchthaven te voorkomen waar geen opstelplaatsen beschikbaar voor zijn. In overleg met alle betrokken partijen: luchthaven, verkeersleiding, de-ice organisatie en luchtvaartmaatschappijen, wordt bepaald waar de meest kritische capaciteit zit. Alle partijen passen hun processen hierop aan. De luchtverkeersleiding is hierin meestal volgend.

 

 

De-icing