2 juni 2016 - Verlies van afstand Amsterdam Airport Schiphol

Melding

Op donderdagochtend 2 juni zijn twee vliegtuigen elkaar, tijdens de parallelle nadering op de Zwanenburgbaan (36C) en Aalsmeerbaan (36R) voor Amsterdam Airport Schiphol, dichter genaderd dan de separatieminima voorschrijven. LVNL doet zelf onderzoek naar dit voorval en heeft dit voorval gemeld bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Verlies van afstand

De horizontale of verticale afstand tussen vliegtuigen tijdens de vlucht wordt aangeduid als ‘separatie’. De minimale separatie is bedoeld om het verkeer veilig te laten verlopen en daarbij de capaciteit van het luchtruim optimaal te kunnen benutten. De luchtverkeersleiding is verantwoordelijk voor het handhaven van de minimale onderlinge separatie tussen verkeersvliegtuigen die zich in het onder hen vallende verkeersgebied bevinden. Wanneer twee vliegtuigen ondanks de separatieminima te dicht bij elkaar komen dan is er sprake van een separatieonderschrijding.

De criteria voor de minimale separatie zijn zodanig ontworpen dat er voldoende tijd is om het verlies van de minimale afstand of hoogte te herstellen. Een verkeersleider doorloopt in korte tijd een aantal stappen:

  • Detecteren  van het afstandsverlies;
  • Een inschatting maken van een effectieve oplossing;
  • Communiceren van deze oplossing door instructies (hoogte, richting, snelheid) naar de vlieger(s);
  • Opvolgen van deze instructies door de vlieger(s) om zo snel mogelijk de benodigde afstand of hoogte te herstellen.

 

Voorvallen onderzoek

De primaire taak van LVNL op het gebied van veiligheid is het onderling separeren van vliegtuigen (inclusief vliegtuigen met voer­tuigen op de grond). De verkeers­leiding meldt voorvallen die in de praktijk optreden binnen LVNL met als doel om hier lering uit te kunnen trekken en het risico van een dergelijk voorval in de toekomst te verkleinen. Binnen LVNL worden alle gemelde voor­vallen onderzocht om de veiligheid continu te kunnen verbeteren. 

Situatiebeschrijving en resultaten onderzoek

Een vliegtuig van het type Boeing B737 nadert vanuit westelijke richting voor een landing op de Zwanenburgbaan, een vliegtuig van het type Beechcraft Beechjet BE40 nadert vanuit oostelijke richting voor een landing op de Aalsmeerbaan.

De naderingsverkeersleider voor de Zwanenburgbaan instrueert de Boeing om te dalen naar 2.000 voet - ruim 600 meter. De naderingsverkeersleider voor de Aalsmeerbaan instrueert de Beechjet  te dalen naar flight level 45 - ruim 1,3 kilometer. Hiermee wordt geanticipeerd op het vervolg van beide vluchten, om de verticale afstand van minimaal 1.000 voet - ruim 300 meter - tussen de Boeing en de Beechjet  te realiseren, voordat beide vliegtuigen indraaien voor de parallelle nadering voor hun landing.

Bij het bereiken van de geklaarde hoogte van flight level 45 wordt de Beechjet  door de naderingsverkeersleider voor de Zwanenburgbaan geïnstrueerd om verder te dalen waarbij per abuis een hoogte van 2.000 voet wordt gegeven in plaats van 3.000 voet - ruim 900 meter. De vlieger van de Beechjet  bevestigt de instructie. De Boeing vliegt al op 2.000 voet en wordt door de naderingsverkeersleider voor de Zwanenburgbaan geïnstrueerd om het signaal van het instrumentlandingssysteem van de Zwanenburgbaan te onderscheppen. 

Als de naderingsverkeersleider voor de Aalsmeerbaan de Beechjet  instrueert om het signaal van het instrumentlandingssysteem van de Aalsmeerbaan te onderscheppen daalt de Beechjet  door de hoogte van 3.000 voet heen. De naderingsverkeersleider ziet dit direct en draagt de Beechjet  met klem op om op een hoogte van 3.000 voet te blijven. De geplande verticale separatie van minimaal 1.000 voet wordt niet gerealiseerd. Beide vliegtuigen vliegen het horizontale pad wel zoals gepland en geïnstrueerd.

Beide naderingsverkeersleiders, die direct naast elkaar zitten, informeren de vliegers van de Boeing en de Beechjet  over de parallelle operatie en over de aanwezigheid van het andere vliegtuig in hun nabijheid. Beide naderingsverkeersleiders geven corrigerende instructies. De nadering van de Beechjet  wordt afgebroken en het toestel wordt geïnstrueerd een oostelijke koers te vliegen. De koers van de Boeing wordt kortstondig verlegd naar het noordwesten. Kort daarna kan de Boeing alsnog zijn eindnadering vervolgen. De Beechjet  maakt een nieuwe nadering.

Beide vluchten landen veilig.

Minimale afstand

Op het moment dat de Boeing en de Beechjet  indraaien om het signaal van het instrumentlandingssysteem van hun respectievelijke landingsbanen te onderscheppen, wordt de minimale onderlinge afstand bereikt: 400 voet verticaal - ruim 120 meter - en 1,9 nautische mijl - circa 3,1 kilometer - horizontaal. De separatienorm is in de fase van de nadering waarin de vluchten zich op dat moment bevinden 3 nautische mijl horizontaal - ruim 5,5 kilometer - of 1.000 voet verticaal. Deze norm geldt tot het moment dat beide vliegtuigen gestabiliseerd zijn op dat deel van het instrument landingssysteem dat zorg draagt voor de ideale koerslijn (localizer).

Conclusie

Het voorval was het gevolg van een instructie door de verkeersleiding voor een verkeerde hoogte van de Beechjet.  Direct na het detecteren van de anders dan verwachte hoogte van de Beechjet zijn corrigerende instructies gegeven, waardoor er geen botsingsgevaar is geweest.

Classificatie: significant incident