30 maart 2017 - Verlies van afstand Amsterdam Airport Schiphol

Melding

Op donderdag 30 maart zijn twee vliegtuigen elkaar, tijdens de parallelle nadering op de Zwanenburgbaan (18C) en Polderbaan (18R) voor Amsterdam Airport Schiphol, dichter genaderd dan de separatieminima voorschrijven. LVNL doet zelf onderzoek naar dit voorval en heeft dit voorval gemeld bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Verlies van afstand

De horizontale of verticale afstand tussen vliegtuigen tijdens de vlucht wordt aangeduid als ‘separatie’. De minimale separatie is bedoeld om het verkeer veilig te laten verlopen en daarbij de capaciteit van het luchtruim optimaal te kunnen benutten. De luchtverkeersleiding is verantwoordelijk voor het handhaven van de minimale onderlinge separatie tussen verkeersvliegtuigen die zich in het onder hen vallende verkeersgebied bevinden. Wanneer twee vliegtuigen ondanks de separatieminima te dicht bij elkaar komen is er sprake van een separatieonderschrijding.

De criteria voor de minimale separatie zijn zodanig ontworpen dat er voldoende tijd is om het verlies van de minimale afstand of hoogte te herstellen. Een verkeersleider doorloopt in korte tijd een aantal stappen:

  • Detecteren  van het afstandsverlies;
  • Een inschatting maken van een effectieve oplossing;
  • Communiceren van deze oplossing door instructies (hoogte, richting, snelheid) naar de vlieger(s);
  • Monitoren van het opvolgen van deze instructies door de vlieger(s) om zo snel mogelijk de benodigde afstand of hoogte te herstellen.

 

Voorvallen onderzoek

De primaire taak van LVNL op het gebied van veiligheid is het onderling separeren van vliegtuigen (inclusief vliegtuigen met voer­tuigen op de grond). De verkeers­leiding meldt voorvallen die in de praktijk optreden binnen LVNL met als doel om hier lering uit te kunnen trekken en het risico van een dergelijk voorval in de toekomst te verkleinen. Binnen LVNL worden alle gemelde voor­vallen onderzocht om de veiligheid continu te kunnen verbeteren.

Situatiebeschrijving

Een vliegtuig van het type Boeing 737 nadert vanuit oostelijke richting voor een landing op de Zwanenburgbaan, een vliegtuig van het type Embraer 190 nadert vanuit (noord) westelijke richting voor een landing op de Polderbaan. Beide vliegtuigen dalen.

De naderingsverkeersleider voor de Polderbaan instrueert de Embraer om te dalen naar 2.000 voet. De vlieger van de Embraer bevestigt de instructie. De Boeing daalt ondertussen naar 3.000 voet, zoals geïnstrueerd door de naderingsverkeersleider voor de Zwanenburgbaan. De Embraer daalt echter minder snel dan verwacht. Hierdoor wordt de geplande verticale separatie van minimaal 1.000 voet niet gerealiseerd. Beide vliegtuigen vliegen het horizontale pad wel zoals gepland en geïnstrueerd.

Beide naderingsverkeersleiders, die naast elkaar zitten, informeren de vliegers van de Embraer en de Boeing over de parallelle operatie en over de aanwezigheid van het andere vliegtuig in hun nabijheid. De vliegers van beide vliegtuigen bevestigen dat zij de situatie hebben begrepen en de vlieger van de Boeing geeft ook aan de Embraer te zien. De verkeersleiding monitort beide vliegtuigen nauwkeurig en besluit geen corrigerende instructies te geven.

Beide vliegtuigen landen veilig.

Minimale afstand

Het moment waarop het verlies van afstand ontstaat is het moment dat de Embraer nog dalend is naar de opgedragen hoogte van 2.000 voet en de Boeing al op de opgedragen hoogte van 3.000 voet vliegt.

De minimale afstand tussen beide vliegtuigen is 1,4 nautische mijl horizontaal - circa 2,6 kilometer - en 500 voet verticaal - ruim 152 meter. De separatienorm is in de fase van de nadering waarin de vluchten zich op dat moment bevinden 3 nautische mijl horizontaal of 1.000 voet verticaal. Deze norm geldt tot het moment dat beide vliegtuigen gestabiliseerd zijn op dat deel van het instrument landingssysteem dat zorg draagt voor de ideale koerslijn (localizer). Dit gebeurde kort na het bereiken van de minimale separatie.

Conclusie

Het voorval was het gevolg van een verkeerde inschatting van het verticale vliegprofiel van de Embraer. Dit is door de verkeersleiding onderkend. Op basis van het normale horizontale gedrag van beide vliegtuigen en de bevestiging dat de Boeing-vlieger de Embraer zag, zijn er geen corrigerende instructies gegeven.

Classificatie: major incident