Noodlanding

Van een noodlanding is pas sprake als er een noodsituatie is aan boord van een vliegtuig.

De vlieger maakt via radiotelefonie (RTF) een melding die begint met “mayday, mayday, mayday” of “pan pan, pan pan, pan pan”. De term ‘mayday’ gebruikt een vlieger als sprake is van een ernstige situatie waarbij direct levensgevaar voor de aanwezigen is of kan ontstaan en waarbij direct assistentie is vereist. De term ‘pan pan’ gebruikt een vlieger als sprake is van een ernstige situatie waarbij de veiligheid van het vliegtuig, een ander voertuig, iemand aan boord, of iemand in zicht, in gevaar is. Hierbij gaat het niet om direct levensgevaar en is assistentie niet direct noodzakelijk.

Een veelheid aan oorzaken kan een noodsituatie doen ontstaan. Afhankelijk van de oorzaak en de ernst van de situatie zal de gezagvoerder van een vliegtuig in nood zo snel mogelijk willen landen op het dichtstbijzijnde vliegveld dat in aanmerking komt. Daarbij wordt rekening gehouden met het vliegtuigtype, gewicht en de oorzaak. Niet iedere luchthaven kan bijvoorbeeld de landing van een Airbus 380 faciliteren vanwege zijn grootte en gewicht. De vlieger houdt in zijn vluchtvoorbereiding altijd rekening met een mogelijke uitwijk naar een geschikte alternatieve luchthaven. De luchtverkeersleiding heeft een aantal procedures bij afwijkingen van het vliegverkeer.