Procedure noodsituatie

De luchtverkeersleiding handelt bij een noodsituatie volgens het ASSIST- principe. De letters staan voor: Acknowledge, Separate, Silence, Inform, Support en Time.

Acknowledge

Als een vlieger een noodsituatie heeft afgekondigd dan bevestigt de luchtverkeersleider de melding. Vanaf dat moment legt de luchtverkeersleider de positie en koers van het vliegtuig vast, zodat die gegevens beschikbaar zijn als dat nodig is.

Separate

Een vliegtuig in nood heeft voorrang op al het andere verkeer en moet een ononderbroken nadering naar het gekozen vliegveld kunnen maken. De luchtverkeersleider zorgt ervoor dat het andere verkeer voldoende wordt gesepareerd van het vliegtuig in nood.

Silence

Wanneer communicatie met het vliegtuig via de radiotelefoniefrequentie mogelijk is, wordt deze beperkt tot het hoognodige. De luchtverkeersleider beperkt de informatie die aan de vlieger wordt gegeven in principe tot datgene waar de vlieger om vraagt. Zo wordt voorkomen dat de vlieger, die alle aandacht nodig heeft voor het vliegen, wordt lastig gevallen met een vloed aan nuttige maar niet noodzakelijke informatie. Stilte geeft de vlieger de rust en ruimte om te kunnen focussen op het handelen. Er is een aparte noodfrequentie beschikbaar, zodat de vlieger één op één kan communiceren met de luchtverkeersleider zonder inmenging van andere vliegers.

Inform

De luchtverkeersleider informeert de supervisor op de verkeerstoren zo snel mogelijk over het feit dat het vliegtuig in nood is, de aard van de situatie (bijvoorbeeld technisch probleem, kaping, bommelding), de acties die de verkeersleider al heeft ondernomen en het vliegveld dat de vlieger heeft gekozen voor het maken een voorzorgs- of noodlanding. De vlieger wordt geïnformeerd over de genomen maatregelen.

Support

Alle verzoeken van een vlieger worden voor zover mogelijk ingewilligd. De vlieger kan bijvoorbeeld aangeven brandstof te moeten lozen of bepaalde informatie nodig te hebben (bijvoorbeeld weersinformatie of hoogte-informatie). Of hij kan aangeven dat hij op een bepaalde baan wil landen.

Time

De luchtverkeersleider geeft zoveel mogelijk tijd aan de vlieger om de problemen aan boord af te handelen.