Separatie van vliegtuigen

Om het vliegverkeer zowel op de grond als in de lucht veilig te laten verlopen, moeten vliegtuigen en andere voertuigen op voldoende afstand van elkaar blijven. De luchtverkeersleiding is verantwoordelijk voor de separatie op de grond en in de lucht.

Op de grond 

Op de luchthavens separeert de luchtverkeersleiding het verkeer in de zogenoemde manoeuvring area. Dit is het gedeelte van het luchthaventerrein dat bestemd is voor het opstijgen, landen en taxiën van vliegtuigen, met uitzondering van de platforms. De grenslijn tussen de manoeuvring area en de platforms is aangegeven met rode lijnen.

In de lucht

  

De horizontale of verticale afstand tussen vliegtuigen tijdens de vlucht wordt aangeduid als separatie. De minimale separatie is bedoeld om het vliegverkeer veilig te laten verlopen en daarbij de capaciteit van het luchtruim optimaal te benutten. De separatieminima scheppen buffers die de kans op een botsing verkleinen. De luchtverkeersleiding is verantwoordelijk voor het handhaven van de minimale onderlinge separatie tussen verkeersvliegtuigen die zich in het verkeersleidingsgebied bevinden waar zij verantwoordelijk voor zijn. De luchtverkeersleiding geeft de bemanning van vliegtuigen koers-, hoogte- en/of snelheidsinstructies, zodanig dat deze minima niet worden onderschreden.

Het is in sommige situaties toegestaan om van de separatieregels af te wijken.

Binnen het plaatselijke luchtverkeersleidingsgebied van een luchthaven - de controle zone (CTR) - mag ook gebruik worden gemaakt van visuele separatie: zolang de verkeersleiders beide vluchten kunnen waarnemen of beide vliegers elkaar in zicht hebben geldt visuele separatie. Dit is bijvoorbeeld nodig voor de separatie van twee opeenvolgende starts, maar bijvoorbeeld ook voor de afhandeling van vliegverkeer dat 'op zicht' vliegt, het zogenoemde VFR-verkeer, in het luchtruim direct rond een luchthaven.

Een andere vorm van separatie vindt plaats bij parallel landen. Schiphol heeft drie banen die parallel aan elkaar liggen. Wanneer twee vliegtuigen naderen voor de Polderbaan (18R) en de Zwanenburgbaan (18C) vliegen ze dichter bij elkaar dan de standaardnorm voorschrijft. Dit komt door de geografische ligging van de banen. Als de vliegtuigen in de vaste koers voor de nadering vliegen, gekoppeld aan het landingssysteem voor die baan, is er conform de afspraken sprake van verminderde separatie.

Geografische separatie

In de luchtvaart wordt onderscheid gemaakt tussen vliegverkeer dat 'op zicht' vliegt en vluchten die 'op instrumenten' vliegen. Vluchten die 'op zicht' vliegen zijn meestal kleinere vliegtuigen. Dit verkeer wordt VFR-verkeer genoemd. VFR staat voor Visual Flight Rules. Het vliegverkeer dat 'op instrumenten' vliegt heet IFR-verkeer, waarbij IFR staat voor Instrument Flight Rules.

Om het  VFR-verkeer zoveel mogelijk onafhankelijk te maken van het IFR-verkeer, kan gebruik worden gemaakt van geografische separatie. Hiertoe zijn specifieke gebieden vastgesteld zoals de VFR-sector en ILS-areas - gebieden in het verlengde van de landingsbaan met een instrumentlandingssysteem (ILS).

Vermindering van separatie

Vermindering van separatie is toegestaan als de betreffende vliegtuigen deel uitmaken van het zogenoemde 'aerodrome traffic' *), en:

  • Voldoende separatie kan worden gegeven door de runway controller als elk vliegtuig voor hem voortdurend zichtbaar is, of
  • Vliegtuigen voortdurend zichtbaar zijn voor de vliegers en deze vliegers aangeven zelf hun separatie te kunnen handhaven, of
  • In het geval van elkaar volgende vliegtuigen, de vlieger van het achterste vliegtuig meldt het vliegtuig voor hem in zicht te hebben en aangeeft zelf de separatie te kunnen handhaven.

*)   Aerodrome traffic: het vliegverkeer in de nabijheid van een luchthaven. 

Lay-out luchthavens