Zicht en wolkenbasis

Voor vliegers en luchtverkeersleiders is goed zicht van groot belang.

Verkeersleiders kunnen dan gebruik maken van hun visuele waarnemingen om vliegtuigen te separeren. Als dat zicht beperkt is, door bijvoorbeeld laaghangende bewolking, wordt de separatieafstand tussen de vliegtuigen vergroot. In principe zijn twee elementen van belang: het zicht en de zogeheten wolkenbasis (de hoogte tot de onderkant van de bewolking). Hoe minder zicht en/of hoe lager de wolkenbasis, hoe strakker de regels worden voor vlieger en verkeersleider.

Belangrijke criteria op alle luchthavens zijn:

  • Als het zicht meer is dan vijf kilometer en de wolkenbasis hoger is dan 1.000 voet zijn er geen extra maatregelen nodig;
  • Als het zicht meer is dan 1.500 meter maar minder dan vijf kilometer en/of de wolkenbasis hoger is dan 300 voet maar lager dan 1.000 voet, zijn aanvullende maatregelen nodig om het vliegverkeer te regelen. Visuele naderingen zijn in deze situatie niet meer toegestaan en bij afhankelijke baancombinaties gelden specifieke procedures;
  • Als het zicht minder is dan 1.500 meter en de wolkenbasis lager is dan 300 voet is er sprake van Beperkt Zicht Omstandigheden (BZO), waarbij de vlieger en/of de verkeersleider geen goede visuele waarnemingen meer kunnen doen op vliegbewegingen op en rond het luchthaventerrein. Tijdens BZO worden verschillende voorzorgsmaatregelen omwille van veiligheid getroffen: de start- en landingsbanen worden extra beveiligd door stopbars bij de op- en afritten, de separatie tussen vliegtuigen wordt vergroot, het baangebruik en de capaciteit worden aangepast op basis van de actuele zichtwaarden, werkzaamheden in de manoeuvring area worden beperkt of stopgezet en vliegers worden actief begeleid bij het taxiën op de luchthaven.

 

Er bestaan vier stadia in BZO; fase A, B, C en D waarbij laatstgenoemde de meest slechte zichtwaarden vertegenwoordigt.

 

Meteorologische waarnemer op operationele zaal