Verlies van afstand Groningen

Gepubliceerd op

Melding

Op donderdag 2 mei zijn twee vliegtuigen, in de nadering richting Groningen Airport Eelde, elkaar dichter genaderd dan de separatieminima voorschrijven.

LVNL doet zelf onderzoek naar dit voorval en heeft dit voorval gemeld bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid en de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Situatie en onderzoek

Een Diamond DA40, een licht eenmotorig lesvliegtuig, vliegt op een hoogte van Flight Level 50 (ongeveer 1500 meter) een holdingpatroon rond het punt OMFAR. De vlucht wacht op toestemming om te dalen naar een lagere hoogte om een nadering uit te voeren voor landingsbaan 05. De hoogtemeter is ingesteld op de standaard luchtdruk (QNE) 1013 hectopascal (hPa). Op grotere hoogten, waar alleen de separatie tussen vliegtuigen van belang is, wordt de hoogtemeter ingesteld op deze standaardluchtdruk (QNE). Dit is wereldwijd de gebruikelijke procedure.

Een Cessna 340, een licht zakenvliegtuig, voert op een hoogte van 2000 voet (ongeveer 600 meter) via het punt OMFAR een nadering uit voor landingsbaan 05. De hoogtemeter van de C340 is ingesteld op de lokale luchtdruk (QNH). De lokale luchtdruk wordt gebruikt omdat op lagere hoogte, naast de separatie tussen vliegtuigen, ook de afstand van vliegtuigen tot de grond en obstakels van belang is. De luchtverkeersleiding geeft de lokale luchtdruk door. 

De naderingsverkeersleider geeft de DA40 toestemming om te dalen naar een hoogte van 3000 voet (ongeveer 900 meter) en geeft daarbij de lokale luchtdruk van 999 hectopascal door. De piloot van de DA40 leest de hoogte en lokale luchtdruk correct terug. 

De piloot van de DA40 meldt dat het vliegtuig de 3000 voet nadert. De naderingsverkeersleiding bevestigt dit en geeft de instructie om de hoogte van 3000 voet in het holdingpatroon te handhaven. Ook deze instructie wordt correct teruggelezen door de piloot van de DA40.

De naderingsverkeersleider merkt echter op dat de DA40 verder dan de geklaarde hoogte van 3000 voet daalt en vraagt de piloot om de bevestiging dat de hoogte van 3000 voet zal worden gehandhaafd. De piloot bevestigt dit, maar de standaard luchtdruk (QNE) staat nog ingesteld, waardoor het aan boord lijkt of er op 3000 voet gevlogen wordt. De vlieginstructeur van de DA40 heeft inmiddels gezien dat de lokale luchtdruk (QNH) aan boord nog niet correct was ingesteld en wijst de student hierop. 

Omdat de hoogte-indicatie op het radarscherm nog steeds een lagere hoogte aangeeft, instrueert de naderingsverkeersleider de piloot van de DA40 om direct terug te klimmen naar een hoogte van 3000 voet.

Op het moment dat de DA40 door de geklaarde hoogte zakt, vliegt de C340 op een gelijke koers en een hoogte van 2000 voet voor de DA40 uit. 

Minimale afstand

De minimale afstand tussen de DA40 en de C340 is 0,8 nautische mijl (ongeveer 1,5 kilometer) horizontaal en 500 voet (ongeveer 135 meter) verticaal. De separatienorm in deze fase van de vlucht is 3 nautische mijl (circa 5,5 kilometer) horizontaal of 1.000 voet (ruim 300 meter) verticaal.

Conclusie

Het verlies van afstand heeft kunnen ontstaan doordat de luchtdrukinstelling aan boord van de DA40 tijdens het dalen naar 3000 voet niet is aangepast van standaardluchtdruk (QNE) naar lokale luchtdruk (QNH). Het verschil tussen QNE- en QNH-waarde leidde tot een substantieel verschil tussen de geklaarde en werkelijke hoogte van de DA40. 

Classificatie: serious incident